Ramboetan

Ramboetan, het volgende populaire superfruit?
Als de ramboetan, een vrucht die afkomstig is uit Indonesië, steeds populairder wordt, zal het waarschijnlijk bekend komen te staan als ‘harige vrucht’ – wat tevens de betekenis van de naam ramboetan is. De rode vrucht is gerelateerd aan de lychee.

De ramboetan is niet alleen een lekkere en sappige vrucht om te eten, maar kent ook een geschiedenis als traditioneel geneesmiddel. Het fruit werd lange tijd gebruikt om dysenterie te onderdrukken: de schil bevat ellagitanninen en xanthonen, verbindingen die antioxidant- en antikankereigenschappen hebben. Daarnaast heeft onderzoek aangetoond dat de ramboetanschil meerdere verbindingen bevat die vetzuursynthase remmen. Deze bevindingen suggereren dat een extract van de schil een potentieel effectieve anti-obesitashulp kan zijn.

Vanuit voedingskundig oogpunt is de ramboetan een goede bron van natuurlijke suikers, kalium, calcium en magnesium. Het is een bescheiden bron van vezels en bevat een aantal B-vitaminen. De vrucht is niet zo’n antioxidantheld als acai of granaatappel, maar biedt wel iets bijzonders in termen van consistentie (glad en sappig) en smaak (matig zoet, vergelijkbaar met de lychee).

De meeste ramboetans zijn rood, maar er zijn ook gele soorten. Het verschil lijkt de antioxidantpigmenten in de schil te zijn, aangezien de binnenste vruchten ongeveer dezelfde kleur hebben. Ramboetans worden bestoven door verschillende vliegen, bijen en mieren, en rijpen alleen aan de boom (dus niet na de pluk).

In Zuidoost-Azië wordt honing gemaakt van de nectar van ramboetans. Ze verpakken en verkopen het fruit er vaak in blikken, maar ook op de lokale versmarkt. Van de ramboetan wordt ook jam gemaakt.

Latijn
Nephelium lappaceum

Familie / soort
Zeepboomfamilie

Kenmerken
De ramboetan of rambutan (Nephelium lappaceum) is een vrucht uit de zeepboomfamilie (Sapindaceae), die ook wel de “harige lychee” wordt genoemd. De naam komt van het Indonesische rambut, “haar”. De rambutanboom wordt 25 meter hoog. De vrucht groeit in trossen. De stekelige rode schil omvat de eetbare glazig witte, soms iets roodachtige sappige zaadmantel, die aangenaam zoetzuur aromatisch van smaak is. De rambutan is een van de meest geliefde vruchten van Zuidoost-Azië. De soort komt van nature voor in de laaggelegen regenwouden van Maleisië. Hij wordt gekweekt in Zuidoost-Azië, India, Sri Lanka, Filippijnen, Australië, Oost-Afrika en in Midden- en Zuid-Amerika.

Er zijn mannelijke en vrouwelijke bomen. De boom kan twee keer per jaar vruchten dragen. De vrucht van de rambutan lijkt van binnen erg op de lychee, maar de buitenkant is totaal anders. De vrucht van de rambutan heeft de grootte van een pruim met een doorsnee van 2 – 5 cm. en een lengte van ca. 8 cm. Het vruchtvlees van de rambutan is glazig wit gekleurd. Het vruchtvlees van de lychee is helder wit van kleur. De rambutan heeft een sappig zoet aroma, maar is iets minder zoet dan de lychee. De witte pit is langwerpig en iets kleiner dan die van de lychee. Bij de verse rambutan is de schil wijnrood, bezet met zachte, groene borstelige haren. Het vruchtje is rijp wanneer de schil gemakkelijk loslaat. De schil kan gemakkelijk met de vingers worden verwijderd. Er is ook een variëteit waarvan de schil goudgeel is, maar die verder gelijk is aan de meer voorkomende rode variëteit.

De rambutan is wat kwetsbaarder dan een lychee. Tegenwoordig groeit de vrucht in veel tropische gebieden zoals Maleisië, Indonesië en Thailand. Rambutan is het hele jaar door beschikbaar uit deze landen.

Smaak
De rambutan heeft een frisse, fruitige smaak. Het vruchtvlees kan zo uit de hand worden gegeten of worden verwerkt in een fruitsalade of nagerecht met Grand Marnier en ijs, of in cocktails en groentesalades. Verder in combinatie met gember, in fijne vleesgerechten (b.v. kalfsvlees), als borrelhapje met kaas of rauwe ham. In hartige of zoete gerechten. De onrijpe vruchten worden in het land van herkomst ook wel gekookt en verder verwerkt tot een vruchtenmoes. In de productielanden wordt de Rambutan ook verwerkt als conserven.

Herkomst
De oorsprong van de rambutan ligt in China. De ramboetan is inheems in Maleisië en wordt algemeen gekweekt in de hele archipel en Zuidoost-Azië.

Teelt
De ramboetan groeit op zeeniveau tot een hoogte van 600 meter. Hij verlangt een rijke leemachtige bodem, die goed gedraineerd is. De gemiddelde temperaturen moeten omstreeks 27 graden Celsius zijn. Hij kan goed tegen droogte, maar de droge tijd moet niet langer duren dan 3 maanden.

De ramboetan kan makkelijk worden gezaaid. Zorg er wel voor, dat de pitten goed worden schoon gemaakt, want de vruchtresten kunnen snel gaan rotten en dan ontkiemt de pit niet meer. Het ontkiemen duurt 1 en 4 weken, afhankelijk van de plek waar het zaaigoed staat en bij een temperatuur van minstens 25 graden. De zaden verliezen vrij snel hun kiemkracht en moeten ze zo snel mogelijk na aankoop worden gezaaid. Zaai de zaden ongeveer twee centimeter diep. Maak de aarde voor het zaaien vochtig en zet de potjes op een warme en lichte plaats.
 
Jonge plantjes moet je tegen fel zonlicht beschermen. Ze zijn gevoelig voor tocht en sterk schommelende temperaturen. Een hoge luchtvochtigheid is noodzakelijk. De kiemlingen worden graag besproeid. In de zomermaanden kunnen de planten buiten staan in de halfschaduw. Geef ze regelmatig voldoende water en regelmatig mest.

Jonge planten overwinteren het best bij kamertemperatuur. Naarmate de planten ouder worden kunnen ze koelere temperaturen beter verdragen. Als je aan de kust tuiniert kun je het er na een aantal jaar op gokken om hem buiten in de volle grond te laten staan. Bij vorst moet je hem natuurlijk wel beschermen. In de vrije natuur bloeit de boom na 10-12 jaar. Of dat hier lukt is zeer de vraag.

Verkrijgbaar
Het gehele jaar door wordt rambutan aangevoerd, maar in de maanden november tot maart is de aanvoer het grootst. De vruchten worden in groentespeciaalzaken verkocht. Soms vind je ze rond Kerst in de supermarkt.

BEREIDINGSWIJZE
Pluk het kipvlees van de botten en laat het snel afkoelen. Halveer de rambutans, verwijder de pit en pel ze. Halveer de helften. Snipper de rode ui zeer fijn. Verwijder de zaadlijsten uit de halve peper en snipper het vruchtvlees zeer fijn. Meng kip, ramboutans, garnalen en krabsticks en schep het op een schaal. Roer een sausje van limoensap, vissaus, bruine suiker, kokosmelk, uien, pepers en geraspte kokos en lepel de saus over de salade

INGREDIËNTEN
• 1/2 kip van de grill
• 12 rambutans
• 1 kleine rode ui
• 1/2 groene peper
• 150 gram garnalen
• 150 gram krabsticks
• 3 eetlepels limoensap
• 1 eetlepel thaise vissaus
• 1 eetlepel bruine suiker
• 1 deciliter dikke kokosmelk
• 2 eetlepels geraspte kokos